| |
technieken » warmtepomp
Na de energiecrisis in 1973 zijn er warmtepomp toepassingen ontwikkeld voor industriele
processen. In 1984 verdween de interesse aangezien energie weer goedkoper werd. Momenteel
is mede onder invloed van het broeikaseffect de Europese Unie bezig haar beleid van
duurzame energie aan te scherpen. De doelstelling is de uitstoot van broeikasgassen te
reduceren. Ditmaal is uit milieu overwegingen de warmtepomp opnieuw in de
belangstelling komen te staan.
In bijna elk huishouden staat een warmtepomp: de koelkast. In de koelast is de temperatuur
laag doordat een warmtepomp de warme lucht uit de koelkast onttrekt en deze
vervolgens afgeeft aan het element aan de achterkant van de koelkast. De warmtepomp heeft
hiervoor wel gewoon energie nodig. Vandaar dat de koelkast is aangesloten op het lichtnet. Een
warmtepomp zorgt dus voor warmtetransport.
Stel dat we de koelkast in een goed passende raamkozijn plaatsen. De deur van de koelkast
zetten we naar buiten open. De warmtepomp onttrekt een hoeveelheid warmte uit de
buitenlucht en zal deze vervolgens afgeven aan het element aan de achterkant van de
koelkast. De koelkast is veranderd in een warmtekast.
De warmtekast geeft meer warmte af dan wat deze buiten heeft opgenomen. Dit komt doordat
tijdens het pompen warmte is bijgekomen. De extra warmte is afkomstig van de aandrijf-
energie die de elektrische pomp van de warmtekast uit het lichtnet heeft gehaald.
De hoeveelheid nuttige warmte die het element in huis afgeeft is groter dan de
aandrijfenergie [omgevingswarmte + warmte ontstaan uit aandrijfenergie]. Het rendement
van onze warmtekast ligt ver boven de 100%
Een vloeistof [medium] met een kookpunt lager dan de omgevingstemperatuur dient als
transportmiddel van de warmte. Onder invloed van de buitenlucht verdampt deze vloeistof. Er wordt door de
vloeistof dus warmte aan de buitenlucht onttrokken. De buitenlucht daalt in temperatuur en
de vloeistof verdampt.
De verdampte vloeistof wordt vervolgens samengedrukt door een compressor. Hierdoor stijgt
de temperatuur van de damp. Bij het oppompen van een fietsband is dit verschijnsel ook
goed waarneembaar: de onderkant van de pomp - waar de druk het hoogst is - wordt behoorlijk
heet.
Als laatste stap wordt de warmte aan de damp onttrokken door een warmtewisselaar. Het
water stijgt in temperatuur, de damp daalt in temperatuur, zelfs zover dat de damp weer
condenseert tot vloeistof. Dat laatste gebeurt in het condensorvat. De vloeistof stroomt
weer naar de verdamper waar het proces weer van voor af aan begint.
Het medium dat beurtelings verdampt en condenseert wordt koudemiddel genoemd. Bekende
koudemiddelen zijn de CFKs, de chloorfluorkoolwaterstoffen, die inmiddels zijn
verboden omdat ze de ozonlaag vernietigen. Gelukkig zijn er verwante verbindingen die veel
vriendelijker zijn voor de ozonlaag en ook warmte kunnen transporteren. Uit milieuoogpunt
gaat de aandacht vooral uit naar chloorvrije middelen. Gangbare koudemiddelen zijn
tegenwoordig ammonia, lichte koolwaterstoffen zoals propaan en butaan en zelfs water.
Een praktische toepassing van een warmtepomp is de warmtepompboiler Een
warmtepompboiler gemonteerd op een mechanisch ventilatiesysteem ontrekt warmte uit de
ventilatielucht.
Een indruk: Om een warmtepompboiler van 100 liter te verwarmen van 15șC
naar 65șC met een ventilatiedebiet 175 m3 per uur van 15șC is zo'n 1100
m3 ventilatielucht nodig. De opwarmtijd neemt dus ruim 6 uur in beslag.
Om toch over sneller warmwater te beschikken worden de boilers meestal met een
elektrisch verwarmingselement of een gasbrander uitgevoerd. Desondanks levert
een warmtepompboiler een fikse energiebesparing op en is de CO2 uitstoot beduidend lager.
Schema Inventum BV
|
|