technieken » airconditioning

In pricipe bestaat een airconditioning uit een condensor, een verdamper en een compressor. Het systeem beinvloed temperatuur middels drukverschillen van een koudemiddel. De werking van Airconditioning is het best te vergelijken met een snelkookpan. Ook hier wordt de temperatuur beinvloed door drukverschillen.

Het kookpunt van water is 100° Celcius. Deze waarde is gemeten bij atmosferische druk. Deze ligt afhankelijk van de weersomstandigheden rond de 1015 mbar. Hoe hoger de atmosferische druk hoe hoger het kookpunt. Hoe lager de de atmosferische druk hoe lager het kookpunt. Hoog in de bergen is de luchtdruk lager en dus ook het kookpunt lager. Het water kookt al bij 90° C.

Met deze wetenschap is de snelkookpan uitgevonden. Om bijvoorbeeld gekookte aardappelen sneller te bereiden moeten we in de pan de druk verhogen; het water gaat naar een kookpunt van 130°C en de aardappelen zijn sneller gaar.

De deksel op de pan wordt vergrendeld en de pan zou exploderen als er niet een ventiel in het deksel zat die er voor zorgt dat de druk in de pan niet té hoog gaat worden. In de pan wordt water aan de kook gebracht en verdampt. De damp verlaat de pan middels het ventiel.

De damp die bóven het vloeistof-niveau aanwezig is drukt tegen het deksel. De druk van deze damp wordt verzadigde dampdruk genoemd. Als we geen extra energie meer toevoeren (meestal aardgas) zal de temperatuur in de pan langzaam zakken tot de omgevingstemperatuur in de keuken. Het water zal echter ook nog na lange tijd verdampen, en zijn weg naar buiten proberen te vinden.

Ook het proces in de snelkookpan is omkeerbaar. Als er geen energie [aardgas] meer wordt toegevoerd onder de pan maar de damp boven het water wegzuigen middels een compressor zal de druk in de pan dalen waardoor ook het kookpunt van het aanwezige water daalt. Het water gaat eerder verdampen. Als we de temperatuur aan de buitenkant van de pan meten blijkt dat deze daalt; het verdampen van het water kost energie, hetgeen natuurlijk logisch is; normaal voeren we dit toe met de vlam onder de pan. Als we blijven doorgaan met het verlagen van de druk, en het wegzuigen van de ontstane damp stroomt er dus warmte via de buitenkant van de pan naar binnen, en wordt de omgeving koeler. De pan in de keuken is de verdamper van de koelinstallatie geworden.

Als nu de weggezogen damp uit de pan in de keuken naar een ándere pan (buiten) wordt gepompt zal de damp daar condenseren, als de druk maar weer hoog is. De damp heeft warmte onttrokken aan de pan in de keuken. Deze warmte wordt afgevoerd in de pan buiten; de pan wordt warm en koelt af in de buitenlucht. De pan buiten is de condensor van de koelinstallatie geworden.

schema

In de koeltechniek wordt geen gebruik gemaakt van water als koudemiddel. Water heeft geen gunstige eigenschappen voor het ontwerp van een koelinstallatie. Een andere stof die wél goede eigenschappen heeft is ammoniak. Ammoniak echter is zeer giftig bij inademing en mag derhalve niet worden toegepast.

Een koudemiddel functioneert dus als transportmiddel om de opgenomen warmte vanuit de verdamper door te laten stromen naar de condensor, alwaar deze warmte weer wordt afgestaan aan de omgevingslucht. Door de toestandsverandering van vloeistof naar gas (in de verdamper), en terug van gas naar vloeistof (in de condensor) kan een koudemiddel een grote hoeveelheid warmte opnemen uit de te koelen ruimte, en het buiten weer afstaan aan de omgeving.

Het koudemiddel ondergaat dus (ten gevolge van het drukverschil, wat kan oplopen tot 18 bar, dat wordt opgebouwd door de compressor) een scheikundige verandering van vloeistof naar gas, en weer van gas naar vloeistof. Er wordt aan het koudemiddel bepaalde eisen gesteld om een efficiënte koel-installatie te kunnen ontwerpen.

In de dertiger jaren ontwikkelde Du Pont (USA) een stof die aan de volgende punten voldoen:
  • Chemisch Stabiel;
  • Niet brandbaar of explosief;
  • Niet Giftig;
  • Energiezuinig;
  • Gunstige prijs;
  • Niet agressief
De handelsnaam voor die stof was FREON. Internationaal worden de stoffen echter aangeduid met een “R”, gevolgd door een volgnummer. (bv. R12). Uit het volgnummer kan (meestal) de scheikundige opbouw van het koudemiddel worden afgeleid. Pas later is bekend geworden dat het koudemiddel andere problemen met zich meebracht;
  • Aantasting ozonlaag;
  • Broeikas-effect
De broeikasproblematiek is niemand meer vreemd; koudemiddelen moeten óók op dit punt steeds betere eigenschappen bezitten. Niet alle koudemiddelen zijn Ozon-aantastend maar wel alle koudemiddelen vormen na lekkage uit koelinstallaties een belasting binnen het broeikaseffect. De tot nu toe weggelekte koudemiddelen zijn verantwoordelijk voor 25% van de huidige broeikas- problematiek!